Biocyclische-Veganlandbouw 

Netwerk ter bevordering van biocyclische-veganlandbouw in Nederland en Vlaanderen

Plantaardige bemesting & bodembeheer

Plantaardig bemesten met groene mest kan!
Plantaardige meststoffen verkregen uit o.a. vlinderbloemigen / leguminose als alternatief voor dierlijke mest is prima mogelijk. Onderzoek toont aan dat dit kan. Er zijn verschillende praktijkbedrijven (akkerbouw, tuinbouw en fruitteelt) die al langer werken zonder gebruik te maken van dierlijke mest en meststoffen. 

De biologische sector streeft naar 100% biologische bemesting in 2020. Biologische akkerbouwers en tuinders mogen dan nog enkel biologische meststoffen op hun land brengen. De prijs van biologische dierlijke meststoffen zal dan gaan toenemen. De bemestingskosten geven dan aanleiding om te zoeken naar bemestingsstrategieën met een kleiner aandeel dierlijke mest. Het loont dus om aan de gang te gaan met plantaardige bemestingssystemen. In de bio-vegan landbouw (biocyclische-veganlandbouw) wordt geen dierlijke mest en dierlijke meststoffen meer toegepast. 

Het biocyclische-veganlandbouw systeem werkt aan een goed bodembeheer door middel van:
• volledig eigen stikstofvoorziening middels vlinderbloemigen en groenbemesters 
• inzet van eigen maaimeststoffen
• gebruik van compost
• niet-kerende grondbewerking (Nkg)

Voordelen Biocyclische-Veganlandbouw zonder gebruik van dierlijke mest en meststoffen:
Zeer lage nitraatuitspoeling, geen ammoniakemissie, zeer geringe methaan- en lachgasemissie, verbetering van bodemvruchtbaarheid, hoge bovengrondse biodiversiteit, hoge bodembiodiversiteit, koolstofopslag in de bodem, geen gesleep met dierlijke mest, geen dierenwelzijnsvraagstukken en geen vervuiling en verontreiniging van o.a. insecticiden en zoönotische pathogenen d.m.v. gebruik van dierlijke mest en meststoffen. Veilig ook met minder risico op bacteriën zoals E. Coli en Salmonella. Biocyclische-veganlandbouw is dus bij uitstek veilig en verantwoord.   

Inzetten op teeltrotatie met teelten lage nutriëntenbehoefte

Naast het telen van gewassen met een hoge nutriëntenbehoefte is het zeker aan te raden om ook extensieve 'nieuwe' teelten (en zeker ook eiwitrijke gewassen) in het bouwplan op te nemen. Denk hierbij aan: Soja, amarant, lupine, haver, linzen, vlas, blauwmaanzaad, boekweit, sesam, zoete aardappel, erwten en (veld-) bonen. 

Inzetten op bodemopbouw, bodemvruchtbaarheid en biodiversiteit
De belangrijkste troef voor de bio-vegan teelt is strategisch werken aan bodemopbouw. Het gehele bedrijfssysteem moet daar op gericht zijn. Het verhogen van organische stof (humuswaarde) en ziekte en plagen in balans houden met behulp van bodembeheer & verhogen bodem-biodiversiteit is onderdeel van de strategie. Belangrijk is ook het toepassen van ruime rotatie, mengteelten, strokenteelt, mulchen, niet-kerende grondbewerking (NKG), agroforestry en permacultuursystemen.  

Inzetten op plantaardige meststoffen
Telers die aan de slag gaan met het biocyclisch-vegan teeltsysteem gaan ook aan de gang met goed inzetten op plantaardige meststoffen. Op de bedrijven wordt er gezocht naar de inzet van verschillende vormen van plantaardige meststoffen en de optimale technieken voor plantaardige bemesting die in de behoefte voorziet voor de verschillende teelten en het structureel verhogen van de organische stof in de bodem (in balans) en het verhogen van humuswaarde. Op klei kan men het de klei-humuscomplex (CEC) verhogen.  

Er zijn verschillende methodes om de teelt te voorzien van plantaardige mest en meststoffen. 
Er wordt op dit moment op de verschillende bedrijven praktijkonderzoek gedaan naar:

- Inzet en teelt stikstofbinders/leguminosen (bv winterveldbonen, wikke, witte klaver en luzerne)
- Inzet en teelt van maaimeststoffen en groenbemesters (bv. phacelia, winterrogge, mosterd, bladrammenas)
- Inzet gewasresten (uit oogst en verwerking, bladval)
- Inzet reststromen: stro, riet, pulp, kaf, bierborstel, luzernekorrels, haver, soja en sojalecithine
- Inzet van bokashi (grootschalige gras-bermfermentatie)
- Inzet van palletkorrels: luzerne, Monterra (de 100% plantaardige V-lijn), OPF granulaat.
- Inzet hele bonen: winterveldboon

- Inzet van composttechnieken, compost, humusaarde 
- Inzet van mulchtechnieken alsmede permanente bedekking/begroeiing: permacultuurmethodes  
- Inzet van (vloeibare) plant-extracten en compostextracten (compostthee) en extracten brandnetel, heermoes, zeewierextract, humine, fulvine, kelp en waterkroos.  

- Inzet gesteente meel: lavameel, natuurgips (calciumbinder klei-humuscomplex CEC), basaltmeel, lavabreekzand en bekalking.
- Biostimulanten en overig: Azotobacter (en mycorrhiza) entstoffen, mycosat, bacteriosol, soja-lecithine

(Toevoeging met chitine (bv. Chitosan) is niet toegelaten in een bio-vegan teeltsysteem. Echter men kan het gehalte verhogen d.m.v.  het verhogen van het chitine-exoskelet-bevattende bodemleven: schimmels, micro-organismes, nematoden, insecten)  

Maaimeststoffen

maaimeststoffen zijn gewassen (groenbemesters) die worden gemaaid, gehakseld, en als plantaardige meststof gebruikt op ander perceel dan waar ze groeiden. Ze worden dus niet ingewerkt of achtergelaten op het perceel waar ze zijn gezaaid. Vooral vlinderbloemige gewassen zijn hiervoor geschikt. Tot nu toe zijn grasklaver, rode klaver en luzerne de belangrijkste toegepaste gewassen. Klaver en luzerne zijn, met hulp van bacteriën die in de grond leven, in staat stikstof te binden uit de lucht. Zo kunnen deze gewassen een belangrijke bron van stikstof vormen in het biologische bedrijfssysteem. Een perceel luzerne kan tot 400 kg stikstof per hectare per jaar binden. Deze stikstof kan elders op het bedrijf als meststof worden ingezet. Dát is het idee achter maaimeststoffen.
Inzet luzerne en grasklaver past prima bij teelten zoals spinazie, kolen en prei, geeft een prima opbrengst en een goede structuur aan de bodem: hoge activiteit bodemleven en bewortelingsintensiteit. Maaimeststoffen doen qua stikstofbeschikbaarheid niet onder aan gift drijfmest.   

Groenbemesters

Een groenbemester kan voor meerdere doelen worden geteeld zoals het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid, beheersen van ziekten, plagen en onkruiden en het verbeteren van de biodiversiteit. 

Groenbemesters zijn een belangrijke aanvoerbron van organische stof. Het verbetert de structuur, verhoogt het vochtvasthoudend vermogen, verbetert de bewerkbaarheid en verhoogt de kationen omwisselcapaciteit van de bodem (CEC) waardoor de bodem onder andere meer kalium, calcium en magnesium kan vasthouden. De organische stof zelf bevat belangrijke mineralen als stikstof, fosfor en zwavel die bij de afbraak vrijkomen. Verder stimuleert de aanvoer van organische stof het bodemleven en verhoogt het de weerbaarheid van de grond.
Zie ook het Handboek Groenbemesters: https://www.handboekgroenbemesters.nl

Betere structuur

De organische stof die door groenbemesters wordt aangevoerd, zorgt ook voor een betere structuur. Het houdt op een luchtige manier de minerale bodemdeeltjes bij elkaar. Dat resulteert in minder slemp- en stuifgevoelige grond en een betere verkruimelbaarheid en bewerkbaarheid. Door de sponsachtige structuur kan de grond meer vocht vasthouden, bovendien bevordert deze structuur de capillaire opstijging en maakt een luchtige structuur het de planten makkelijker om de bodem dieper en intensiever te bewortelen waardoor deze beter in staat zijn het aanwezige vocht en mineralen te benutten.

Groenbemester voorkomt erosie

Wanneer de bodem bedekt is met een groeiende of al afgestorven groenbemester, dan kan dit samen met een doorwortelde bovengrond erosie voorkomen. Op zand- en dalgrond kan ’s winters en in het vroege voorjaar een gedeelte van de bouwvoor verstuiven. Bij een bedekte bodem krijgt de wind minder vat op de grond. Op glooiende percelen wordt zo ook afspoelen van grond voorkomen.

Stikstofbindende groenbemesters: Rode- & witte klaver, Alexandrijnse klaver, Perzische klaver, Incarnaatklaver, luzerne, winterwikke, fenegriek. Stikstofbindende bomen: Robinia en els.

Boekweit: Calcium

Amaranth: Fosfor, Magnesium, Kalium

Bodemopbouw, diepbeworteling en verhogen organische stof: Bladrammenas, Gele mosterd, Bladkool, Zwaardherik, Ethiopische mosterd, Japanse haver, Soedangras, Facelia, Klaver (alle soorten met uitzondering van witte), Spurrie, Wikke, Winterrogge. Zie: http://edepot.wur.nl/495935 

Extra organische stof: Bladrammenas, mosterd, raaigras

Verhogen van biodiversiteit bovengronds en ondergronds, activeren van het bodemleven en het in balans brengen van ziekte en plagen (Integrated Crop Management - ICM) is een onderdeel van het geheel - een brede integrale aanpak op bedrijfsniveau (Integrated Farm Management - IFM) evenals omgevingsbeheer is het doel.  

Tegen aaltjes
Bepaalde wortelaaltjes (zie aaltjesschema.nl) is het mogelijk te bestrijden met een bodemreset/gondontsmetting d.m.v. biofumigatie: inwerken en fijnhakselen waardoor een bepaalde stof (isothiocyanaten - ITC) zijn werk kan gaan doen.  Dit kan met de teelt van bladrammenas, zwaardherik, Gele & Ethiopische mosterd. Nateelt: Japanse Haver, bladrammenas, raketblad, Soedangras. Eventueel is het ook mogelijk om biologische reststromen van zaadmeel te gebruiken. Zie ook: www.aaltjesschema.nl 
Ook is Tagetes (T. patula, T. Minuta) een oud maar beproefd middel tegen bepaalde aaltjes (zie www.aaltjesschema.nl). Waarvan T. patula het beste resultaat geeft. Tagetes patula lokt de aaltjes de wortels in waar alle aaltjes vervolgens dood gaan. Dit betekend dat het gewas de aaltjes actief bestrijdt. Het effect van Tagetes is vergelijkbaar met een natte grondontsmetting. Bovendien geeft de teelt van de hoge groeiende soort Tagetes veel organische stof.  

Het voorkomen van aaltjes kan middels een ruime rotatie, verbeteren van bodemstructuur, verhogen van organische stof, aanvoer van compost eventueel verrijkt met biostimulanten en werken aan een optimale nutriëntenbehoefte middels een uitgekiende strategie van inzet groenbemesters ofwel: voedt het bodemleven! 

 Op de aangesloten bedrijven wordt er in de praktijk onderzoek gedaan naar de optimale bemestingstechnieken.
Leden van het netwerk werken samen met onderzoeksinstellingen aan betrouwbaar onderzoek.

Lees hier het Handboek Groenbemesters (WUR)

https://www.handboekgroenbemesters.nl

Meer weten over bodemonderzoek Kijk dan op www.beterbodembeheer.nl

Extra onderzoek

Er is nog veel vervolgonderzoek nodig. Graag werken wij mee aan onderzoeksprojecten gericht op o.a. plantaardige bemestingsvraagstukken. 

In het teeltjaar 2020 start een van onze aangesloten telers met een onderzoek naar groenbemesters en nutriëntenafgift.  

Onderzoek 'Planty Organic' wordt 'Stikstof Telen'

Onlangs is het verslag Planty Organic voortgang 2018 verschenen. Dit langjarige proefveld is de voorganger van het PPW project ‘Stikstof Telen’.Het verslag over 2018 biedt één fundamenteel nieuw inzicht. Na zeven jaar meten van het organische stof gehalte kon eindelijk statistisch significant vastgesteld worden dat het organische stof gehalte van de bodem licht stijgt. Het biologische akkerbouwsysteem zonder enige externe bemesting teert dus niet in op de organische stof en onderhoudt zichzelf op eigen kracht. De niet-kerende grondbewerking speelt daarbij een sleutelrol.


Zie project Planty Organic
Lees rapport: Planty Organic 5 jaar: evaluatie van bodemvruchtbaarheid, stikstofhuishouding en productie
Lees ook: Maaimeststoffen in bedrijfs- en ketenverband - Plantaardige meststoffen in de praktijk - 2015 Louis Bolk Instituut 

Lees: Project teelt zonder mest zit zonder geld
Lees: Telen met zelfgeproduceerde stikstof lukt

Brochure BioKennis 'Groene maaimeststoffen'Min. LNV, DLV & LBI:  https://edepot.wur.nl/212668
Maaimeststoffen in bedrijfs- en ketenverband: https://edepot.wur.nl/340759Minder en anders bemesten: Voordelen van maaimeststoffen voor de teelt van najaarsspinazie: http://www.louisbolk.org/downloads/2372.pdf


• Stikstofdynamiek: zijn er nog keuzes wat betreft gewassen, bemestingsmomenten en kwaliteit van de meststoffen zodat de stikstofbeschikbaarheid voor de hoofdgewassen iets toeneemt (en dus de opbrengstpotentie) zonder dat het systeem wezenlijk verandert?
• Organische stof: hoeveel CO2 wordt vastgelegd en wat zijn de (maatschappelijke en bedrijfskundige) baten van een verdere groei van het bodem organische stof gehalte?
• Systeemstabiliteit: wat is de rol van de (diepte en intensiteit van) beworteling, de interne organische stof stromen en nutriënten stromen t.a.v. stabiliteit en productiviteit?
• Wat is de rol van het bodemleven t.a.v. stabiliteit en productiviteit van het systeem?
• Fosfaatdynamiek: welk deel van de fosfaatopname van gewassen komt rechtstreeks uit mineralisatie van bodem organische stof, en kan deze kennis benut worden om het fosfaat bemestingsadvies in Nederland aan te passen? In hoeverre dragen de gewassen bij aan fosfaatmobilisatie vanuit minder makkelijk opneembare fosfaatvoorraden?
• CO2 footprint: wat is de CO2 footprint van dit akkerbouwsysteem zonder mestaanvoer en met minimale grondbewerking in vergelijking met andere akkerbouwsystemen, zowel biologisch als conventioneel?


Richtlijnen Biocyclische-Veganlandbouw en bodembeheer

Lees hier het basisdocument voor biocyclische-veganteelt
Grundlagenpapier zum biozyklisch-veganen Anbau

Lees hier (in Duits) de definitie van humus voor de biocyclische veganteelt
Definition und Bedeutung von biozyklischer Humuserde für den biozyklisch-veganen Anbau